Gemeenten door Goole/Severijns

uit Het Belang van Limburg

 

Home  

 

Waltwilder 

 

Waltwilder is gelegen in de bosrijke omgeving van het vroegere «Belisia Monasterij», het huidige Munsterbilzen, «Beukenbilzen» en «Eikenbilzen», thans het stadje Bilzen en Eigenbilzen. De eerste vermelding van «Wilre» dateert uit 1096 en komt voor in een schenkingsakte, waarin Ida van Boolen tal van goederen schonk aan het stift van Munsterbilzen. De goederen waren gelegen in een 16 gemeenten rond «Belisia» en werden geschonken vóór het vertrek van haar zonen Godfried, Boudewijn en Eustachius naar de eerste kruistocht. Volgens prof. Albert Carnoy, in zijn «Origines des noms des Communes de Belgique», t. II, blz. 729, zou de naam «Wilre» ontstaan zijn uit de vernederlandsing van het Latijnse «vifiare» of boerderij. De schrijfwijze die wij in de volgende jaren in de archiefstukken tegenkomen, illustreert duidelijk de betekenis van de naam: «Waut(e)wilre» (14de eeuw). «Woutwilre» (1440-1470), «Wautwiller» (1593), «Waltwildre» in 1800 en «Walt-Wilder» in 1809. Onder Waltwilder ligt ook het gehucht Amelsdorp, waar de stamhoeve van de familie Boelen stond en dat tijdens de Franse periode een afzonderlijke administratieve eenheid uitmaakte.

 Al vroeg stond er te Waltwilder een bidplaats of kerk, toegewijd aan Sint-Remigius, want op 12 september 1301 is er een zekere Leonardus «investitus (= bedienaar of pastoor) de Woutwilre». Op kerkelijk vlak hing de parochie af van de abdis van Munsterbilzen, die het recht had de pastoor te benoemen en de grote tienden op te heffen. De parochie omvatte het dorp zelf, het gehucht Amelsdorp, Groenendael en tot in de jaren 1920 ook het bovengedeelte van Hoelbeek. De huidige pastorie dagtekent van 1861 en de kerk van 1862. De oude kerktoren had men toen behouden, maar wegens instortingsgevaar werd hij in 1900 toch door een nieuwe vervangen. In de oude kerk werden benevens de pastoors tal van vooraanstaande families begraven, zoals Boelen, de Lamboy (zie illustratie) en Goberts.

 Op het burgerlijk vlak hing Waltwilder in eerste instantie af van de buitenbank «ten Loonsche recht» van Bilzen. Dit gerechtshof was één van de twee hoge gerechtshoven van het graafschap Loon, dat zetelde als beroepshof voor de schepenbanken van o.a. As, Beverst, Val-Meer, Guigoven, Genk, Herderen, Hoelbeek, Overrepen, Rosmeer, Veldwezelt en Zutendaal. De hoge officier van dit ambt of rechtsgebied was de drossaard, die werd aangesteld door de prins-bisschop van Luik. Hij deed de wetten naleven en liet de misdaden beteugelen. Volgens de Corswarem zou het «Oppergerecht van Buiten-Bilsen» eerst te Martenslinde gezeteld hebben, waar de vergaderingen gehouden en vonnissen uitgesproken werden onder de grote linde, die haar naam gaf aan het dorp. Later werd de buitenbank van Bilzen overgebracht binnen de stad en sinds die tijd waren de zeven schepenen van de binnenbank ook doorgaans de schepenen van de buitenbank. In een proces van 1698 tussen de gemeente Bilzen en Waltwilder over de schending van hun grenzen verklaren de getuigen echter dat «die buytenbanck oft justicie van Bilsen hield haere genachten (= vergaderingen) te voorens te Willer op den brek ende dieselve zijn in die oorlogstijden binnen de stad Bilsen getrocken». Uit hetzelfde rechtsgeding blijkt verder dat de galg van het oppergerecht van Buiten-Bilzen -waar ook ten onrechte de misdadigers der justitie van Binnen-Bilzen gehalsrecht werden - opgericht werd in een weide op de Galgenberg of «Gaberg». De pachter van de abdis van Hocht te Rosmeer moest het hout voor de galg leveren. De Galgenberg heeft in de geschiedenis van Waltwilder, Bilzen en omstreken een belangrijke rol gespeeld. In zijn buurt ligt de plaats «de Hel», waar vermoedelijk de lijken van de gehangenen werden begraven, maar op de helling van diezelfde Galgenberg ligt ook «het Hemelrijk», zoals te lezen staat in een tekst van 1559. Volgens prof. Kurth waren plaatsen met die naam begrafenisplaatsen, zodat we ons mogen afvragen of het «Hemelrijk» misschien een Romeinse of Frankische begraafplaats was.

Op het grondgebied van Waltwilder ligt ook het kasteel van Croenendael, vroeger een Loonse heerlijkheid. (Samengesteld aan de hand van gegevens ons verstrekt door de heer P. Potargent).